Michiel Coxcie

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
(Doorverwezen vanaf Michiel Coxie)
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
English.gif A 16th century painter from Mechelen
Michiel Coxie

Michiel Coxcie, ook Coxie gespeld, geboren te Mechelen of Luik in 1499 en overleden te Mechelen op 10 maart 1592, was een schilder. Hij wordt beschouwd als één van de grote Vlaamse renaissancekunstenaars en werd in zijn tijd zelfs de Vlaamse Rafaël genoemd. Zijn bewondering voor deze Raffaello Sanzio blijkt ook uit de voornaam van zijn eerstgeboren zoon, Raphaël (1540 ‍–1614), die eveneens kunstschilder werd.

Biografie[bewerken]

Na zijn opleiding bij Bernard van Orley in Brussel reisde hij naar Rome, waar hij verbleef van 1530 tot 1539. Coxcie werd beïnvloed door Raphaël en Michelangelo en voerde fresco's uit in de Santa Maria dell'Anima, in opdracht van kardinaal Willem van Enckenvoirt. Behalve de Italiaanse kunst had ook het Brugse werk van onder anderen Gerard David en Adriaen Isenbrandt een weerslag op Coxcie.

In 1539 werd hij meester in de Sint-Lucasgilde in Mechelen, toen het voornaamste centrum van de Nederlanden naast de antagonist Antwerpen. Datzelfde jaar huwde hij Ida van Hasselt; hij woonde in de Bruul. Al sinds 1531 was het hof van de landvoogdes Maria van Hongarije echter gevestigd in Brussel, waar hij — na een verblijf in het prinsbisdom Luik — naartoe verhuisde in 1543; ook daar werd hij lid van de schildersgilde. Hij werd ontwerper voor wandtapijten en was een leerling van Pieter Coecke van Aelst.

Coxcie is voor het eerst vermeld als hofschilder bij Maria van Hongarije in 1546, zijn belangrijkste opdrachtgever. Ook schilderde hij voor Filips II, een kunstliefhebber, onder meer een replica van het Lam Gods. Coxcie keerde terug naar Mechelen omstreeks 1559, waar hij zich als rijke burger vestigde in een herenhuis aan de Bruul. In 1572 werden zijn meubels gestolen door Spaanse soldaten maar hij slaagde erin ze terug te krijgen. Rond 1585 verbleef hij in Antwerpen. Tussen 1586 en 1589 schilderde hij drie indrukwekkende triptieken, onder andere voor de Sint-Romboutskathedraal.

‍'De geschiedenis van Noach'‍ is door Coxcie als patroon voor een serie wandtapijten op karton afgebeeld. De wandtapijten werden verkocht aan Sigismund II August van Polen en hangen in de burcht in Krakau. Zowel in het Skokloster als in het museum Geelvinck-Hinlopen Huis hangt een kopie uit de serie: ‍'De geschiedenis van Cyrus'‍. De originele series zijn te zien in de Zaal van de Hellebaardiers in het Koninklijk Paleis (Palacio Real) in Madrid.

Coxcie had een goede kennis van anatomie. Zijn vrouwen zijn bevallig en zijn mannen hebben meestal krullend haar, baarden en een hoog voorhoofd. Hij ontwierp ook gebrandschilderd glas en gravures. Op hoge leeftijd viel Coxcie van een trap, hetgeen het einde van zijn leven betekende. Zijn kunst is ook academisch en maniëristisch genoemd, met andere woorden: Coxcie kopieerde stijfjes. Karel van Mander was niet zo onder de indruk. Coxcie beïnvloedde evenwel Peter Paul Rubens.

Varia[bewerken]

  • Toen Michiels tweede zoon, Willem Coxcie, in Italië was opgesloten, kwam die vrij na bemiddeling van Antoine Perrenot de Granvelle en Filips II van Spanje.
  • Alle zonen van Michiel I Coxcie werden ook kunstschilders en ingeschreven in de Mechelse Sint-Lucasgilde: Raphaël, Willem en hun halfbroers Frans en Michiel II Coxcie, evenals twee zonen van deze laatste: Michiel III Coxcie en Mathijs Coxcie. De zoon van Michiel III was de landschapsschilder Jan Coxcie, vader van Jan Anthonie en Jan Michiel Coxcie, ook schilders; hooguit één van de laatste drie hoorde wellicht nooit tot de voornoemde schildersgilde.
  • Hoewel in de Mechelse stationsbuurt sommige bewoners hun huisnummer in een "Michiel Coxiestraat" situeren, wellicht denkend aan de stamvader Michiel I, tonen de straatnaambordjes slechts 'Coxiestraat', kennelijk zonder onderscheid genoemd naar de voormelde 9 ooit in de stad werkzame kunstschilders. Hun familienaam zal aldus zelden met 'xc' gespeld worden door Maneblussers.

Galerij[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Voetnoten[bewerken]