Mechelen

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar: navigatie, zoeken
English.gif The municipality and City of Mechelen, also known in a traditional context as Mechlin
Sint-Romboutstoren in Mechelen

De stad Mechelen (Frans: Malines - Duits: Mecheln - Engels: Mechelen of in traditionele context Mechlin) is een gemeente met ongeveer 80.000 inwoners in de provincie Antwerpen van het Vlaams Gewest in België. Ze ligt centraal tussen de grootsteden Antwerpen en Brussel, aan de Dijle.

Er is ook het arrondissement Mechelen, dat behalve de stad onder ander Klein-Brabant en de Groentestreek omvat.

De historisch belangwekkende stad was gedurende enige decennia bij het begin van de zestiende eeuw, de hoofdstad van de Nederlanden. Margareta van Oostenrijk regeerde er vanuit haar paleis, waar ze haar neef opvoedde tot hij Koning van Spanje en later Keizer Karel V van het Heilig Roomse Rijk werd. In zijn opdracht bestuurde ze de Nederlanden dan verder vanuit Mechelen.

In Vlaanderen telt slechts Brugge meer beschermde gebouwen. Bovendien zijn het Groot Begijnhof, de Sint-Romboutstoren en de oudste vleugel van het Stadhuis UNESCO werelderfgoederen en de Ommegang is een UNESCO immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid.[1][2][3] In de Sint-Janskerk en in de Onze-Lieve-Vrouwekerk is er telkens een werk van Pieter Paul Rubens te bewonderen.

De inwoners van Mechelen hebben de bijnaam van Maneblussers.

Inhoud

[bewerken] Oorsprong van de naam

2003 - 2009 Stadspropaganda
Knack

In 912 spreekt men van Maslinas, in 1008 van Maclines of Machlines in het oudste officieel document waarin Mechelen wordt vermeld, later Machelne of Machele (12e eeuw), in 1303 Mechghelne en Mechgelne en pas in 1409 Mechelen. De naam van de stad zou zijn afgeleid van "Machlin", een term stammend van het Oudnederlandse "machel", "mahal" of "mahl", dat naar een vergader- of gerechtsplaats verwijst. Andere bronnen vermelden "mahlunjo", een oude bosbenaming, maar dit is twijfelachtig. Ook zou het een Oudnederlands woord voor 'moerasgebied' kunnen zijn. Wanneer men vanuit Antwerpen bij Kontich over de Vosberg rijdt, valt op dat het Mechels gebied lager ligt. Dit gebied zou zich uitstrekken tot Leuven en Brussel.

Vele gemeenten dragen een gelijkaardige naam (al kunnen enkele genoemd zijn naar de ooit zeer aanzienlijke stad): het nabije Machelen (Vlaams-Brabant), in Limburg aan nu Belgische kant Mechelen-aan-de-Maas (in het huidige Maasmechelen), Kwaadmechelen (in Ham) en Mechelen-Bovelingen (in Heers) en in het zuiden van nu Nederlands-Limburg aan de Mechelderbeek een dorp Mechelen [zie ook Wikipedia] (in de huidige gemeente Gulpen-Wittem). In Duitsland vinden we namen zoals Mecklenburg, Meckelstedt, Macheren en dan zijn er nog Machal in het Franse Puy de Dôme en Magglingen in de Zwitserse Jura.

[bewerken] Mechelen kort

Sint-Rombout geldt als beschermheilige van Mechelen.

Tot 1795 vormde de stad het centrum van een kleine zelfstandige Heerlijkheid Mechelen. In dat verband had het gebied eenzelfde status als bijv. Holland, Zeeland, Vlaanderen of Brabant en gedurende een korte periode in de 16e eeuw werden de Nederlanden vanuit Mechelen geregeerd. Hierdoor heeft de stad een uitgebreid kunstbezit en een pak merkwaardige gebouwen en, op dit ogenblik, heeft de stad het op één na hoogste aantal beschermde gebouwen, waaronder vier met een UNESCO-vermelding.

Bij de stad Mechelen horen nu een vijftal kleinere deelgemeenten: Walem ligt ten noorden van de centrumstad, aan de Nete. Heffen, Leest en Hombeek liggen ten westen, aan de overkant van de Zenne en Muizen ligt ten zuiden, iets stroomopwaarts langs de Dijle. Mede door zijn gunstige geografische ligging aan die bevaarbare rivier kon de stad een belangrijk cultureel, handels- en nijverheidscentrum worden, dat bovendien goed te verdedigen was.

De stad Mechelen kent ook nog verschillende wijken en gehuchtjes. Het stadscentrum is administratief ingedeeld in volgende wijken: Centrum, Mechelen-Noord, Mechelen-Zuid, Battel (noordwaarts, ten oosten van de Zenne en ten westen van de Dijle), Arsenaal en Nekkerspoel (in het oosten).

[bewerken] Geschiedenis

[bewerken] Prehistorie

Archeologische bewijzen van prehistorische bewoning in de driehoek Brussel-Leuven-Antwerpen, zijn een kano van 8,4 meter, gesneden uit de stam van een eikenboom, en een nederzetting van 5 houten huizen in de regio van Nekkerspoel. Die dingen wijzen op een bewoning in een moerasgebied.

[bewerken] Gallo-Romeinse Periode

Romeinse ruïnes en wegen geven het bewijs van bewoning op de oevers van een rivier gedurende de Gallo-Romeinse periode. Door de verminderende invloed vanuit Rome (gedurende de 3e en 4e eeuw na Christus) wordt het gebied bevolkt door Duitse stammen, die enkele eeuwen later het Christendom omarmen onder invloed van de missionaris Sint-Rombout. In het Frans spelt men Rombaut, in het Engels heet hij Rumbold en hij is ook goed gekend bij de latinisering Rumoldus.

[bewerken] Vroege Middeleeuwen

Ten laatste in de 8e eeuw stichtte Rombout op enkele honderden meter van de latere Mechelse stadswal een abdij. Een ermee verband houdende Sint-Romboutskapel werd kort erna in de verstedelijkende kern ten noorden van de Dijle gebouwd en later er even naast een gelijknamige kerk. Aldaar zou de Sint-Romboutskathedraal worden opgetrokken. De oudste kern zou echter onmiddellijk ten zuiden van de Dijle ontstaan zijn, omheen de Korenmarkt.

In de 9e eeuw hielden de Noormannen hier huis.

Rond het jaar 1000 behoorde de stad tot het Prinsbisdom Luik. Lokale heren, de Berthouts, kregen het in Mechelen voor het zeggen door de afwezigheid van het Luikse gezag(bron?) en de plaats kreeg stadsrechten van het hertogdom Brabant op 13 december 1301. De Luikse stadsrechten volgden op 18 maart 1305.

De lakenindustrie maakte opgang en van de bloei in die periode getuigden de stadswallen met twaalf poorten, een lakenhalle met belfort en het schepenhuis (tussen de IJzerenleen en de Grote Markt).

[bewerken] Bourgondische tijd

Floris Berthout verkocht in 1316 zijn rechten op de Heerlijkheid en de nieuwe machthebber vanaf 1333 in Mechelen werd Lodewijk II van Nevers, Graaf van Vlaanderen. Mechelen werd onderdeel van een groter gebied toen diens zoon, Lodewijk van Male, in 1356 met Margaretha (dochter van Jan III van Brabant en erfdochter van Brabant) trouwde. De enige dochter van Lodewijk van Male, Margaretha van Male, huwde in 1369 met Filips de Stoute, hertog van Bourgondië. Toen Lodewijk in 1384 overleed zonder mannelijke troonopvolgers kwamen het graafschap Vlaanderen en Mechelen aldus onder het gezag van de Bourgondiërs. De heerlijkheid Mechelen behield haar eigen rechten en gebruiken; de stad zag een schitterende periode aanbreken en werd de parel van de Bourgondische Nederlanden.

Hertog Karel de Stoute beloonde de Mechelaars voor hun kloeke houding in de belegering van Nuys, door tolvrijheid in gans zijn gebied (met uitzondering van de tol van Grevelingen), in 1475.[4] Na een strijd tegen de Franse koning, zou Karel van zijn paard gevallen zijn. Men trof zijn lichaam aan met door wolven aangevreten gezicht en kledij en wapenuitrusting leken gestolen; zijn lijfarts herkende bepaalde littekens. Hij werd te Nancy begraven en achteraf werd het lijk bijgezet in een Brugse kathedraal maar bij de afbraak daarvan werden zijn stoffelijke resten niet teruggevonden. Zijn weduwe, Margareta van York, koos Mechelen als verblijfplaats en haar stiefdochter Maria van Bourgondië werd als Karels enige nazate de regerende hertogin. Ze diende al gauw een aantal compromissen te sluiten met onder meer het Prinsbisdom Luik en met de Staten-Generaal; daarnaast bleef er dreiging uit Franse hoek.

[bewerken] Habsburgse periode

Zeven maanden later, op 19 augustus 1477, trad Maria in het huwelijk met Maximiliaan, zoon van de Hertog van Oostenrijk (als Frederik V met de Vette Lever) en tevens Keizer van het Heilig Roomse Rijk, Frederik III. De Vlaamse gewesten zouden de belangen van de Habsburgers alvast niet schaden en werden verankerd nadat ook Maria in 1482 een dodelijke val van haar paard maakte. Inmiddels, in 1479, had Maximiliaan de Franse troepen verslagen. Hun zoontje van vier, Filips, en dochtertje van twee, Margareta, werden door Margareta van York in haar paleis aan de Keizerstraat opgevoed.

In 1490 verleende Frederik aan de stad de titel van graafschap,[4] waarop In fide constans (In trouwen vast) de stadsspreuk werd.[4] In 1491 hield de nog erg jonge Filips de Schone een vergadering van de Orde van het Gulden Vlies in de Sint-Romboutskathedraal waarbij 14 ridders werden benoemd, onder wie zijn grootvader keizer Frederik en Hendrik VII van Engeland.[4]

Als keizerlijke prinses werd de kleine Margareta met de uiterste zorg groot gebracht. Voor haar vader was zij van grote waarde: een juiste echtgenoot zou Maximiliaans politieke invloed kunnen versterken. Veel geluk hadden ze echter niet. De Franse dauphin stuurde het meisje na ruim 10 jaar verloving terug naar haar papa in 1493. Op 17-jarige leeftijd huwde ze de Spaanse erfprins, die 5 maanden daarna aan tuberculose stierf. In 1501 kreeg ze Emanuel Philibert II (de Schone), hertog van Savoye, tot tweede echtgenoot toegewezen maar geen drie jaar erop dronk die zich dood aan fris water. Na de mysterieuze dood van haar broer Filips in 1506 stelde Maximiliaan, regent geworden voor zijn kleinzoon Kareltje, haar in 1507 aan als landvoogdes. Opnieuw, en tot haar dood in 1530, gevestigd in Mechelen, voedde ze er de vier kinderen van haar broer op, behartigde de belangen van haar vader en van haar neef Karel, tot diens meerderjarigverklaring in 1515. Na een intermezzo van enige maanden diende Karel, via diens moeder Johanna van Castilië erfgenaam van de Spaanse kroon, aldaar de troon te beklimmen. Hij stelde tante Margareta aan tot regentes van de Nederlanden.

Margareta had zich ontwikkeld tot een belangrijke staatsvrouw die vrede en welvaart in de Vlaamse gewesten bracht. Keizer Karel mocht dan wel een belangrijk persoon worden, zijn tante was dat evenzeer. Haar grootste prestatie was de Damesvrede uit 1529, zo genoemd omdat zij deze sloot met een andere vrouw, de Franse koningin. Daarna kwam er een pauze in de eeuwige strijd tussen Keizer Karel, voor wie Margareta op diens verzoek blijft optreden, en Frankrijk. Het verdrag geldt nog steeds als een voorbeeld van diplomatie van vrouwen tegenover de vechtlust van mannen.

Margaretha leidde een druk hofleven, maar was ook een gecultiveerde vrouw. Zij bezat een uitgebreide bibliotheek, ook al met gedrukte boeken, besteedde veel tijd aan muziek en schreef gedichten. Ze haalde ambassadeurs, raadslieden, geleerden en kunstenaars naar de stad en daarmee nieuwe Renaissancedenkbeelden, waardoor zij in de Nederlanden de overgang van de Middeleeuwen naar de Renaissance bevorderde. In haar paleis is die overgang van Gotiek naar Renaissance nog goed te zien.

Op 6 augustus 1546 veranderde de ontploffing van een kruitmagazijn in de Zandpoort de Mechelse geschiedenis. Er vielen meer dan 200 slachtoffers. De periode van de Spaanse Nederlanden brak aan en pas in de 18e eeuw kregen de Oostenrijkse Habsburgers opnieuw vat op Mechelen: het werd een garnizoenstad met onder Maria Theresia de bouw van de kazerne die later Dossin geheten werd.

[bewerken] Een rijk cultuurhistorisch patrimonium

Groeten uit Mechelen
Mechelen VierSterrenStad (Fata Morgana)

Eens lag Mechelen in een groot agrarisch gebied met veel windmolens. Maar in de Middeleeuwen is het al één van de belangrijkste steden van het land. De eerste gebeurtenis die de stad echt groot maakt, is de vestiging (door Karel de Stoute) van het Parlement van Mechelen in 1473, de hoogste rechtbank van de Nederlanden die tot 1794 zou blijven bestaan. Dit zogenaamde Schepenhuis is het eerste stadhuis van Mechelen en het oudste stadsgebouw van Vlaanderen, waardoor het nog het uitzicht van een burcht heeft. Schepenen zijn in die tijd niet alleen bestuurders, maar ook rechters. In het eerste kwart van de 16de eeuw is Mechelen mede daardoor de feitelijke Hoofdstad van de Bourgondische Nederlanden. Al deze ontwikkelingen trekken rechtsgeleerden, staatslieden en ondernemende burgers aan, die met z’n allen rijkdom en cultuur in de stad brengen.

Door dat rijke verleden is Mechelen nu een unieke monumentenstad met haast evenveel beschermde historische gebouwen en musea als het roemruchte Brugge. De binnenstad is bezaaid met cultuurhistorische monumenten met een boeiend verhaal, vooral uit de gouden 16de eeuw. Waar men ook gaat of staat, overal herinnert het straatbeeld voortdurend aan deze bloeiperiode. Mooie voorbeelden zijn het (tegenover het paleis van Margareta van Oostenrijk) gebouwde gotische paleis van Margareta van York, waar Filips de Schone hof hield en keizer Maximiliaan zijn kleinkinderen bezocht: de latere Keizer Karel en diens zusjes. De ontvangstzaal, die Margaretha van York er in 1480 liet bouwen, dient, na de restauratie, nu als Stadsschouwburg. Maar men komt ook het Paleis voor de Grote Raad tegen, het Hof Van Busleyden (het stedelijk museum over de periode vanaf 1700) en de prachtig gerestaureerde huizen aan de Haverwerf die samen een les in stijlgeschiedenis geven.

[bewerken] Religie en industrie

17e eeuwse kaart van Mechelen door de Hollandse cartograaf Jan Blaeu (1596-1673)
uit diens stedenboek der Nederlanden van 1649
(kopergravure)

Als aartsbisschoppelijke stad heeft Mechelen bovendien een rijk kerkelijk patrimonium met indrukwekkende religieuze gebouwen. In het klooster waar de Premonstratenzers van Tongerlo in 1482 hun toevlucht vonden, worden nog steeds wandtapijten gerestaureerd, een ambacht waarmee Mechelen internationale faam verwierf. En in de zeventiende en achttiende eeuw stond de stad eveneens bekend voor de productie van schitterend bewerkt goudleer.

Voor Kloosters en Kerken hoefde men trouwens niet eens op een Aartsbisschop te wachten. Daarvoor gaf de patroon van de Stad, Sint Rombout (een Ierse missionaris die de Mechelaars kwam bekeren), al de aanzet in de zevende eeuw. Als de pelgrims gedurende acht dagen (de bewoners van de stad zelf gedurende vijftien dagen) eenmaal per dag de zeven kerken van de stad zouden bezoeken en er zo’n grote aalmoes geven als ze in Rome zouden doen, dan waren al hun zonden kwijtgescholden. De helft van het geld ging naar Rome, het andere deel naar de Kerkenbouw. En die zijn de moeite waard ! Sommigen huisvesten beroemde kunstwerken, zoals twee triptieken van Peter Paul Rubens, één van Jan van Eyck en beeldhouwwerken van Lucas Fayd'herbe. In de Sint-Pieters-en-Pauluskerk (in 1670 door de Jezuïeten gebouwd – zij vestigden zich vanuit Antwerpen in het rustiger Mechelen) liggen onder een tegel in het koor de ingewanden van Margareta van Oostenrijk begraven. Het praalgraf in de Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk, met de edele, gevouwen handen behoort tot één van der Zeven Wonderen van België. Ander pronkstuk van de stad is de gotische Sint-Romboutskathedraal, met zijn imposante 97 m hoge toren en beroemde beiaarden, waar men reeds vanaf eind 19de eeuw op mooie zomeravonden in de openlucht naar de klokken kwam luisteren.

Dat is ook de tijd dat de Mechelaars, geoefend in het snijden van houten beelden in vol en half reliëf, hun vaardigheden aanwenden in het bewerken van meubels, en dat de textiel- en metaalnijverheid floreren. De tijd ook, dat in Mechelen de eerste trein van het Europese vasteland aankomt (1835) die door velen wordt gezien als een duivelse machine. Het is in ieder geval een nieuwe mijlpaal voor de stad, een gebeurtenis die in de volgende decennia leidt tot de vestiging van ondernemingen die het spoor gebruiken of er voor leveren. Als knooppunt van het Belgische Spoorwegennet kan de stad zo volop deelnemen aan de Industriële Revolutie en in 1836 wordt de centrale werkplaats opgericht, die onder de naam Arsenaal tot op heden voortleeft. Aldus was de overgang van de oude naar de nieuwe tijden niet meer te stuiten.

[bewerken] Gastronomie

Mechelen ligt tevens in het hart van de groentestreek. De stad is internationaal vermaard voor zijn witlo(o)f en asperges. Een hoenderras is naar de stad genoemd: de Mechelse koekoek.

[bewerken] Varia

[bewerken] Relatie met Antwerpen

De naijver tussen Mechelen en haar huidige provinciehoofdstad Antwerpen, stamt al uit het begin van de 14e eeuw. Toen werden de stapelrechten voor haver, zout en wol van Antwerpen afgenomen en door de Hertog van Brabant aan Mechelen gegeven. De Sinjoren waren uiteraard niet blij met het verlies van deze lucratieve inkomsten.

Ook heeft men door de jaren heen de stadsmascotte, een pop die in stoeten carnavalesk wordt opgegooid (al benut men hedendaags een kopie), Opsinjoorke genoemd. Haar oorspronkelijke naam was Zatten Bras. Een standbeeld ervan staat voor het stadhuis op de Grote Markt.

[bewerken] Gelijkaardig plaatsnamen

Kwaadmechelen - Maasmechelen - Mechelen-aan-de-Maas (deelgemeente van Maasmechelen) - Mechelen in Nederlands Limburg - Megchelen in Gelderland (Nederland)

[bewerken] The Mechelen Incident

De term The Mechelen Incident (10 januari 1940), ook gekend als "the Mechelen Affair", was een event dat zich afspeelde in België gedurende de Schemeroorlog (of the Phoney War) in de eerste fases van Wereldoorlog II. Deze gebeurtenis speelde zich echter niet af in Mechelen, maar in Mechelen-aan-de-Maas.

[bewerken] Financial Times

In februari 2016 rangschikte de Financial Times Mechelen als stad van de toekomst. Van de 55 geselecteerde kleinere Europese steden kwam Mechelen drie keer voor in de top tien: op de negende plaats als ‘Best Micro City over all’ en ‘Best Micro City for economic potential’ en zelfs op de derde plaats als ‘Best Micro City for Connectivity’. [5]

[bewerken] De Convoy van Mechelen

De "Convoy van Mechelen" is de weergave van een zeilend vrachtscheepje uit de 15e/16e eeuw op een gravure van de de etser en illustrator Wenceslas Hollar. Naast de Convoy van Mechelen ziet men er ook de "Heude van Brussel" op. [6]

[bewerken] Fairtrade

In 2016 haalde Mechelen haar derde fairtradester binnen: na een voor de ambassadeurs en een voor de Onze-Lieve-Vrouwestraat ook een voor het bestuur.

[bewerken] Externe links

[bewerken] Filmlinks







Malinas (Español) [klik YouTube]

——————— Mechelen 1938 —————— Groentenmarkt, meubelnijverheid, kardinaal Mercier, St.-Romboutstoren, koninklijk bezoek aan Calvalcade en Beiaardtentoonstelling, Opsinjoor in 't Schepenhuis en vóór & op 't Stadhuis (Kinematographischen Dienst van 't Leger)




—————— Mechelen 1952-'53 ————— 1952: 500e verjaardag Sint-Romboutstoren met Ommegang. Zichten uit binnenstad. 1953: Hanswijkprocessie in Bruul (in kleur)


Stad Mechelen - The human logo

City Golf Mechelen

Mechelen (België)


Mechelen - Sfeerbeeld



[bewerken] Bronnen

  1. UNESCO World Heritage List: Flemish Béguinages Unesco ID 855-003 Groot-Begijnhof, sinds 1998
  2. UNESCO World Heritage List: Belfries of Belgium and France en Establishment of the World Heritage List and the List of World Heritage in Danger (2005) Unesco ID 943-016 toren en ID 943-015 middenstuk stadhuis (beide als belfort), sinds 1999 [oorspronkelijk als Belfries of Flanders and Wallonia]
  3. Third Proclamation of Masterpieces of the Oral and Intangible Heritage of Humanity: Processional Giants and Dragons in Belgium and France, sinds 2005, en als Unesco Intangible Cultural Heritage of Humanity: Processional Giants and Dragons in Belgium and France ingeschreven in 2008
  4. 4,0 4,1 4,2 4,3 Prael-treyn, plegtigheden, vreugde-feesten en vercieringen van het vyftig-jaerig jubilé der martelie van den heylighen Rumoldus. Van Velsen-Van der Elst, Mechelen (1825). Nagezien 2013-04-08.
  5. GVA - Financial Times rangschikt Mechelen als stad van de toekomst
  6. Royal Museums Greenwich - De Heu van Brussels en de convoy van Mechelen te Antwerpen
Persoonlijke instellingen