Adolphe Delvigne

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Canon in Mechelen
Adolphe Delvigne

Adolphe Charles Hyacinthe Delvigne, geboren te Brussel op 19 maart 1831 en overleden te Ukkel op 5 juni 1910, was aan het Klein Seminarie te Mechelen in de periode 1854-'71 priester-leraar filosofiegeschiedenis en 'christelijke archeologie'.[N 1] In de tweede helft van zijn jaren als lesgever en vooral nadien, toen hij parochies in het Brusselse bediende, schreef hij een aantal specialistische werken.

Biografie[bewerken]

Adolphe Delvigne werd priester gewijd in 1853 en na een jaar studies aan de Universiteit van Leuven werd hij benoemd tot leraar filosofie aan het Klein Seminarie, waar toen ook twee andere kanunniken verwante vakken gaven: Isidore Joseph Du Roussaux (moraalfilosofie) en Philippe Corneille De Bêche (logica en metafysica). Daar bleef Delvigne tot hij in maart 1871 werd beëdigd tot parochiepriester van de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavelkerk te Brussel en dan was hij van medio 1879 tot de maand voor zijn 78e verjaardag pastoor van Sint-Joost-ten-Node.

Adolphe Delvigne genoot een reputatie als archeolooog, besprak de renovatie van het kerkelijke kunstpatrimonium ‍[1] en kende zijn weg in de Roomse milieus. Hij werd in 1867 ontvangen door paus Pius IX en in mei 1882 begeleidde hij samen met titulaire kanunnik aan het Sint-Romboutskapittel en pastoor van de Duffelse Sint-Martinusparochie Jan-Baptist Abbeloos (nadien vicaris-generaal van het aartsbisdom Mechelen evenals huisprelaat van de paus), hun door paus Leo XIII geïnviteerde vriend, de prelaat van het Belgische hof en filosoof kanunnik Aloïs Van Weddingen, naar het Vaticaan.[2]

Tevens werkte hij als secretaris, naast voorzitter Edmond Reusens,[3] bij het in 1865 aan Leuvense universiteit opgestarte Musée Archeologique Chrétienne.[4]

Bibliografie[bewerken]

Als hooggeschoolden overal in het Belgi‍ë‍  van zijn tijd, publiceerde Delvigne steeds in de Franse taal.

Verzameling[bewerken]

Jarenlang vulde Delvigne een in 1876 aangekochte verzameling lijkredes voor vorsten die de Nederlanden hadden geregeerd beetje bij beetje aan. Die gegeven bij het open graf van onder meer Margaretha van Oostenrijk (1530), keizer Karel V (1555), de Spaanse koning Philips II (1598), aartshertogen Albrecht (1621) en Isabella (1633) verschenen in deel 1 evenals van tal van anderen overleden in de periode 1641–1792 in deel 2 van zijn met aantekeningen en bemerkingen verhelderde Les Oraisons funèbres des souverains des Pays-Bas aux XVIe, XVIIe et XVIIIe siècles – Etude historique, littéraire et bibliographique bij uitgeverij Olivier te Brussel in 1885-'86. Delvigne leidde het werk in met een letterkundige geschiedenis van de grafrede.[5][N 2]

Eigen geschriften[bewerken]

Naast recensies in gespecialiseerde bladen, zoals in de Annales de la Société scientifique de Bruxelles uit 1879 ‍[6] en het Bulletin du Cercle archéologique, littéraire et artistique de Malines uit 1893,[7] schreef Delvigne een aantal apart uitgegeven werken:

  • Le règne de Charles-Quint en Belgique - Etude d'histoire nationale. (1864)
  • Les catacombes romaines. (1868)
  • Galilée et le Saint-Office (Cercle la Loyauté, à Malines, section scientifique et littérature) (1869)
  • Galilée et le Saint-Office. (1871)
  • Les autels dans les églises ogivales, principes à observer dans leur construction (Notes extraites des Procès-Verbaux du Concours de 1865). (1872)
  • Les récentes recherches sur l'auteur de l'Imitation de Jésus-Christ, 1858-1678 - Etude critique et bibliographique - (Extrait des Précis historiques). Bruxelles (1877)[8]
  • Les Nouvelles Académies de Saint-Luc et leur enseignement rationnel – Allocution prononcée le 20 Aout 1883 à la distributuion des prix de l'Académie de Saint-Luc à Bruxelles. (1883)
  • La Renaissance de l'Art Religieux au XIXe Siècle – Allocution prononcée le 16 Novembre 1884 à la distributuion des prix aux élèves des écoles de Saint-Luc et de Saint-Grégoire à Tournay [Tournai]. (1884)
  • La statue de Jean Gersen à Verceil et le discours du Cardinal Alimonda. Vromant, Bruxelles (1885) (i.v.m. zijn uit 1877 stammende 'Les récentes recherches ...')[8]
  • Un artiste Chrétien : Le Baron Béthune – Discours prononcé à la distributuion des prix aux élèves de l'École Saint-Luc (Bruxelles). (1894)

Vertalingen en annoteringen[bewerken]

  • Del Rio, Martin Antoine. Mémoires...sur les troubles des Pays-Bas durant l'administration du Comte de Fuentès, 1592-1596. Traduit du latin et annoté par Ad. Delvigne. Vol. 1 & 2. Bruxelles (1892)
  • Audisio, Guillaume. Histoire civile et religieuse des Papes Tomes I-V. Traduite de l'italien par le Chanoine Labis et annotée par le Chanoine Delvigne. Lille (1885-1896).

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Arthur Verhaegen, 1847-1917: de rode baron (door Jan de Maeyer) – pag 445
  2. (fr) Tambuyser, Raphael. L'érection de la chaire de philosophie thomiste à l'Université de Louvain (1880-1882). Revue Philosophique de Louvain série 3, tome 56, n° ‍51 p. 479-509. Institut supérieur de Philosophie UCL, Louvain (1958) (online: Persée). Nagezien 2019-06-12.
  3. Musée de Louvain-La-Neuve
  4. Les moulages d'art chrétien (1864 - 1958)
  5. (fr) Brouwers J. W.. Les oraisons funèbres dans les Pays-Bas (bespreking) (Pdf). De Wetenschappelijke Nederlander serie 2, jg. ‍1 p. 102-103. Küppers & Laurey, Haarlem (1886) (online: Dbnl). Nagezien 2019-06-12.
  6. Annales de la Société scientifique de Bruxelles
  7. Bulletin du Cercle archéologique, littéraire et artistique de Malines
  8. 8,0 8,1 S/N (getypte bibliotheekkaarten). Université de Namur. Nagezien 2019-06-14.

Voetnoten[bewerken]

  1. Wikipedia beschrijft christelijke archeologie aan het evenwel pas in 1925 gestichte Pauselijk Instituut voor Christelijke Archeologie als de studie van schriftelijke en archeologische bronnen aangaande het christendom tot de vroege middeleeuwen. Allicht leunde de cursus van Delvigne meer aan bij wat zijn samenwerkende tijdgenoot Edmond Reusens (zie tekst) in 1885 stelde in zijn werk Éléments d'archéologie chrétienne (p. ‍5): "L'archéologie chrétienne proprement dite étudit les monuments du culte chrétien, c'est-à‍ -dire les édifices religieux et le mobilier ecclésiastique.", religieuze bouwsels en kerkelijke inboedel. Dat en wat er meteen op volgt evenals diens voetnoot op p. ‍1 wijzen op een periode tot en met de renaissance en mogelijk lag het accent zoals bij Reusens (voorwoord p. ‍1) vooral op België.
  2. Elk Franstalig boekdeel blijkt recent meermaals heruitgegeven in de Verenigde Staten, in 2009 door Nabu Press (ISBN en ISBN 9781141171255 214 blz), in 2012 door Nobel Press (ISBN 9785883615961 217 blz en ISBN ) en in 2018 in de Classic Reprint Series door Forgotten Books (ISBN en ISBN 9780243915088 214 blz).
    Spellingsfouten op door een verkoopsite getoonde kaft en/of in de titel lijken bij beide eerstgenoemden niet op verzorgde uitgaven te wijzen.
    Bronnen: History: Les Oraisons ... Aus ... Vol. ‍2 9781141171255. Nagezien 2019-06-14., Biography: Les Oraisons ... Aus ... (Vol. ‍?) 9785883615961. Nagezien 2019-06-14., European History: Les Oraisons ... aux ... Vol. ‍2 9780243915088. Nagezien 2019-06-14. Loot, Zuid-Afrika.